Nieuwe meerwaardebelasting 2026: stand van zaken en impact voor ondernemers

De meerwaardebelasting blijft een hot topic in het Belgische fiscale landschap. In eerdere blogposts bespraken we de 10 meest gestelde vragen over de meerwaardebelasting en het cruciale fotomoment op 31 december 2025. Ondertussen is er heel wat meer duidelijkheid gekomen. Het wetsontwerp werd gepubliceerd op 17 december 2025 en op 27 januari 2026 gaf de minister in de Kamercommissie Financiën al bijkomende toelichting. In dit artikel zetten we de huidige stand van zaken op een rij — inclusief een aantal belangrijke nuances en wijzigingen ten opzichte van wat eerder bekend was.

Wat is er veranderd of verduidelijkt?


Wie onze eerdere artikelen heeft gelezen, zal merken dat de grote lijnen van de regeling overeind blijven: een belasting van 10% op meerwaarden op financiële activa, een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro en een bijzonder regime voor aanmerkelijk belang. Toch zijn er een aantal zaken bijgekomen of scherper gesteld.


De meest opvallende verduidelijking betreft de minimale participatiedrempel voor het aanmerkelijk belang: die werd verlaagd van 25% naar 20%. In onze vorige blogs gingen we al uit van 20%, maar dit is nu formeel bevestigd in het wetsontwerp.


Daarnaast zijn er nieuwe inzichten over de exit tax, de behandeling van interne meerwaarden, de overdracht aan niet-EER rechtspersonen en de praktische inning via roerende voorheffing. We lichten dit alles hieronder toe.


Wie wordt belast?


De meerwaardebelasting richt zich op natuurlijke personen in de personenbelasting. Maar ook bepaalde rechtspersonen — zoals vzw's en private stichtingen — vallen onder de regeling via de rechtspersonenbelasting. Erkende instellingen die fiscaal aftrekbare giften mogen ontvangen, zijn vrijgesteld.


Enkel volle eigenaars en blote eigenaars van de betrokken activa worden als belastingplichtige beschouwd. Of de verkoop van een vruchtgebruik ook onder de nieuwe regeling valt, blijft voorlopig een open vraag — hierover bestaat nog onduidelijkheid in de parlementaire bespreking.


Vennootschappen zijn en blijven uitgesloten van deze belasting. Wie via een (management)vennootschap een belang verkoopt, wordt belast via de vennootschapsbelasting, zoals dat vandaag al het geval is.


Welke activa vallen onder de belasting?

De regeling heeft een breed toepassingsgebied. Concreet gaat het om meerwaarden op:


  • Financiële activa: aandelen (beursgenoteerd én niet-beursgenoteerd), obligaties, deelnemingsrechten in instellingen voor collectieve belegging, ETF's, opties, futures, swaps en warrants
  • Verzekeringscontracten: tak 21, 22, 23 en 26
  • Crypto-activa en valuta


Buiten de regeling vallen: groepsverzekeringen, schuldsaldoverzekeringen, uitvaartverzekeringen, pensioenfondsen en langetermijnsparen. Voor deze producten blijft het huidige fiscale regime ongewijzigd van toepassing.


Wanneer is de belasting verschuldigd?


De belasting is verschuldigd op het moment dat een meerwaarde wordt gerealiseerd bij een overdracht onder bezwarende titel, buiten een beroepsactiviteit om. Schenkingen, erfenissen en inbrengen in een vennootschap zijn vrijgesteld. Ook de inbreng van aandelen in een maatschap zonder rechtspersoonlijkheid is vrijgesteld — al blijft de oorspronkelijke aanschaffingswaarde behouden als basis voor een latere berekening.


Bepaalde gebeurtenissen worden gelijkgesteld met een overdracht, zoals de uitkering bij leven van verzekeringscontracten.


Exit tax: nieuw en belangrijk


Een element dat in onze eerdere artikelen nog niet aan bod kwam, is de exit tax. Wie zijn fiscale woonplaats naar het buitenland verplaatst, kan een belasting verschuldigd zijn op latente meerwaarden — dus meerwaarden die nog niet gerealiseerd zijn.


De bedoeling is duidelijk: vermijden dat belastingplichtigen hun vermogen eerst naar een fiscaal gunstiger land verhuizen en de meerwaarde pas daar realiseren.


Enkele concrete spelregels:


  • Worden de activa binnen twee jaar na emigratie verkocht, dan wordt de belasting berekend op basis van de waarde op het moment van vertrek.
  • Gedurende die twee jaar moet de belastingplichtige zijn financiële activa blijven rapporteren.
  • Bij verhuis binnen de Europese Economische Ruimte (EER) wordt automatisch uitstel van betaling toegekend.
  • Bij verhuis buiten de EER kan uitstel worden verkregen mits het stellen van een zekerheid.
  • Keert de belastingplichtige binnen twee jaar terug naar België zonder de activa te hebben overgedragen, dan vervalt de exit tax volledig.
  • Vindt er na twee jaar nog steeds geen realisatie plaats, dan is er definitief geen Belgische meerwaardebelasting verschuldigd.


Voor nieuwkomers in België geldt een zogenaamde step-up: de waarde van hun financiële activa op het moment van aankomst vormt het nieuwe referentiepunt voor de meerwaardeberekening.


De tarieven: een overzicht


Algemeen regime: 10%


Het standaardtarief bedraagt 10% op de gerealiseerde meerwaarde. Elke belastingplichtige geniet van een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (geïndexeerd). Ongebruikte vrijstelling kan gedeeltelijk worden doorgeschoven: maximaal 1.000 euro per jaar, gedurende vijf jaar. Wie slechts sporadisch een meerwaarde realiseert, kan zo tot 15.000 euro vrijstelling benutten. Voor koppels loopt dit op tot 30.000 euro.


Bijzonder regime: aanmerkelijk belang (≥ 20%)


Wie een participatie van minstens 20% bezit, valt onder een apart — en gunstiger — regime. Er geldt een vrijstelling van 1.000.000 euro per persoon, eenmaal per vijf jaar. Boven die drempel gelden progressieve tarieven:

Schijf Meerwaarde Tarief
Tot € 1.000.000 Vrijgesteld
€ 1.000.000 – € 2.500.000 1,25%
€ 2.500.000 – € 5.000.000 2,50%
€ 5.000.000 – € 10.000.000 5%
Boven € 10.000.000 10%

Bij onverdeelde participaties wordt het belang fiscaal opgesplitst per persoon. Wie minder dan 20% bezit, valt terug op het algemene regime.


⚠️ Wijziging t.o.v. eerder: In onze eerdere blog vermeldden we al de grens van 20%. Dit is nu formeel bevestigd in het wetsontwerp. De drempel werd dus verlaagd van de oorspronkelijk besproken 25% naar 20%.

Overdracht aan een niet-EER rechtspersoon: 16,5%


Nieuw ten opzichte van onze vorige artikelen is de specifieke regeling voor de verkoop van een participatie van minstens 20% aan een rechtspersoon buiten de EER. In dat geval geldt een tarief van 16,5% op het gedeelte boven de vrijgestelde schijf van 1.000.000 euro. De waarde van de participatie tot en met 31 december 2025 blijft belastingvrij.


Interne meerwaarden: 33%


Eveneens nieuw in dit update-artikel: het bijzondere regime voor interne meerwaarden. Dit tarief van 33% (te verhogen met gemeentebelasting) geldt wanneer de verkoper van aandelen — rechtstreeks of onrechtstreeks — controle uitoefent over de koper, al dan niet samen met zijn echtgenoot, afstammelingen, ascendenten of zijverwanten tot en met de tweede graad.


Een belangrijke nuance: de minister bevestigde dat dit regime niet van toepassing is wanneer ouders aandelen van een familiale vennootschap overdragen aan hun kinderen of aan vennootschappen van hun kinderen. In bepaalde gevallen kan de algemene antimisbruikbepaling echter nog steeds worden ingeroepen.


Hoe wordt de meerwaarde berekend?


De belastbare meerwaarde is het verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde. Als referentiepunt geldt de waarde van de activa op 31 december 2025 — het fotomoment waarover we uitgebreid schreven in ons eerder artikel.


Voor verkopen tot en met 2030 van activa aangekocht vóór 31 december 2025 mag men nog kiezen voor de historische aankoopwaarde, wanneer die hoger ligt dan de waarde op het fotomoment.


Voor niet-beursgenoteerde activa geldt de hoogste van de volgende vier waarderingen:


  1. De waarde bij een overdracht tussen onafhankelijke partijen in 2025, of bij oprichting/kapitaalverhoging in 2025
  2. Een waarderingsformule vastgelegd in een contract of contractueel aanbod dat op 1 januari 2026 van kracht is (bv. een aandeelhoudersovereenkomst)
  3. De wettelijke waarderingsformule: eigen vermogen + 4x EBITDA
  4. Een onafhankelijke waardering door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant, op te maken vóór eind 2027
⚠️ Wijziging t.o.v. eerder: In ons fotomoment-artikel vermeldden we dat een revisor of accountant de tijd had tot eind 2026 voor de waardebepaling. Het wetsontwerp stelt de deadline nu op eind 2027. Dit geeft ondernemers dus meer ademruimte.

Minderwaarden: wat mag u verrekenen?


Minderwaarden die worden gerealiseerd na 31 december 2025 kunnen worden verrekend met meerwaarden in hetzelfde aanslagjaar en binnen dezelfde categorie van financiële activa. Ze moeten expliciet worden vermeld in de belastingaangifte. Bij meerdere aankopen wordt gewerkt met een gemiddelde aankoopprijs.


Minderwaarden die vóór 31 december 2025 zijn opgebouwd, komen niet in aanmerking. Overdracht naar een volgend belastingjaar is evenmin mogelijk.


Hoe verloopt de inning?


De praktische inning hangt af van het type meerwaarde en de betrokken financiële tussenpersoon.


Voor bancaire en verzekeringsproducten bij Belgische instellingen zal standaard een roerende voorheffing van 10% worden ingehouden bij verkoop. Deze voorheffing is in principe bevrijdend, maar belastingplichtigen kunnen er toch voor kiezen om aangifte te doen — bijvoorbeeld om de vrijstelling van 10.000 euro te benutten, minderwaarden te verrekenen of een hogere historische aanschaffingswaarde in rekening te brengen.


Via een opt-out kan men vragen dat geen voorheffing wordt ingehouden en zelf instaan voor de aangifte via de personenbelasting.


Voor interne meerwaarden, aanmerkelijk belang, crypto-activa en valuta is aangifte altijd verplicht — hier wordt geen bronheffing voorzien.


⚠️ Praktische update: Omdat de wet nog niet definitief is goedgekeurd, kunnen financiële instellingen momenteel nog geen voorheffing inhouden. Volgens de minister zou dit pas vanaf 1 juni 2026 het geval zijn. Transacties die u vóór die datum uitvoert, zult u zelf moeten aangeven.

Wat betekent dit voor u als ondernemer?


De meerwaardebelasting raakt niet alleen beleggers met een beleggingsportefeuille. Ook ondernemers in de regio Antwerpen en het Waasland die aandelen bezitten in hun eigen bedrijf, een participatie hebben in een andere onderneming of beleggen via een privévermogen, moeten rekening houden met deze nieuwe regeling.


Een aantal aandachtspunten op een rij:


  • Bent u aandeelhouder van uw eigen vennootschap? Dan is het aanmerkelijk belang-regime mogelijk op u van toepassing. De grens van 20% is hierbij bepalend.
  • Overweegt u aandelen te verkopen? Hou rekening met het fotomoment van 31 december 2025 als referentiepunt en met de keuzemogelijkheid voor de historische aankoopwaarde tot 2030.
  • Heeft u een beleggingsportefeuille in privé? De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (of 15.000 euro bij sporadische realisaties) en de opt-out-mogelijkheid kunnen interessant zijn om te overwegen.
  • Verhuist u binnenkort naar het buitenland? Dan is de exit tax een nieuw en relevant aandachtspunt dat u best tijdig bespreekt met uw adviseur.


Conclusie


De contouren van de nieuwe meerwaardebelasting worden steeds duidelijker, maar de definitieve wettekst moet nog worden goedgekeurd. Enkele elementen — zoals de behandeling van vruchtgebruik en de toepassing bij gemeenschappelijk huwelijksvermogen — blijven voorlopig onduidelijk. Waakzaamheid en een proactieve aanpak blijven dus aangewezen.


Bij TaxCalCul volgen we de ontwikkelingen op de voet. Heeft u vragen over hoe deze regeling concreet op uw situatie van toepassing is? Neem gerust contact met ons op voor een persoonlijk adviesgesprek.


Disclaimer: Dit artikel is gebaseerd op het gepubliceerde wetsontwerp en de parlementaire toelichting van januari 2026. De definitieve wetgeving kan nog wijzigen. Raadpleeg steeds een professioneel adviseur voor advies op maat van uw situatie.

door TaxCalCul 5 april 2026
Nu vennootschappen steeds minder autokosten mogen aftrekken, stellen veel ondernemers zich de vraag of het slimmer is om met hun privéwagen te rijden en daarvoor een kilometervergoeding aan te rekenen. Een begrijpelijke redenering — maar de realiteit is iets genuanceerder.
door TaxCalCul 30 maart 2026
Als ondernemer denk je bij het laten renderen van je vermogen al snel aan private equity, beleggingsfondsen of beursgenoteerde aandelen. Maar er is een minder bekende — en fiscaal bijzonder aantrekkelijke — piste die zeker het overwegen waard is: rechtstreeks investeren in een jonge, niet-beursgenoteerde Belgische vennootschap via de taxshelter voor starters.
door TaxCalCul 23 maart 2026
Sinds 1 januari 2026 is elektronisch factureren via Peppol verplicht voor alle b2b-facturen tussen Belgische btw-plichtige ondernemingen. Het wettelijk kader is duidelijk — de praktijk is dat een heel stuk minder. Veel ondernemers worstelen nog met vragen, twijfels en onzekerheden over hoe dit nu precies in zijn werk gaat. Dat is volkomen begrijpelijk: Peppol is immers geen louter technische update, maar een fundamentele breuk met de manier waarop u jarenlang heeft gefactureerd. Geen pdf's meer per e-mail, geen papieren facturen — uw vertrouwde processen behoren tot het verleden.
Laad meer berichten