Belasting en samenlevingsvorm: wat verandert er voor u?

De manier waarop u samenwoont, heeft al jaren een grote invloed op uw belastingfactuur. Bent u gehuwd, wettelijk samenwonend of woont u feitelijk samen? Voor de fiscus maakt dat een wereld van verschil. De nieuwe federale regering heeft echter vijf concrete maatregelen genomen om die verschillen grotendeels weg te werken. Wat betekent dit concreet voor u als ondernemer, zelfstandige of vrij beroeper?

Wie is een "koppel" voor de fiscus?


Vooraleer we de hervormingen toelichten, is het belangrijk om even stil te staan bij een basisprincipe.


Gehuwden en wettelijk samenwonenden dienen samen één belastingaangifte in. Feitelijke samenwoners — mensen die op hetzelfde adres wonen zonder verdere formaliteiten — worden door de fiscus beschouwd als alleenstaanden en dienen elk een afzonderlijke aangifte in. Aan dat principe verandert niets. Wél worden vijf aspecten van de belastingberekening hervormd om de neutraliteit te vergroten.


1. Bijzondere bijdrage sociale zekerheid: einde van de benadeling van singles


De bijzondere bijdrage sociale zekerheid (BBSZ) is een extra sociale bijdrage bovenop de gewone bijdragen voor werknemers, met een huidig maximum van 731,28 euro per jaar.


Tot nu toe werd de BBSZ voor gehuwden en wettelijk samenwonenden berekend op het gecombineerde gezinsinkomen, terwijl alleenstaanden en feitelijke samenwoners al het maximum betaalden vanaf een individueel inkomen van 60.182 euro. Voor koppels gold pas het maximum vanaf een gezinsinkomen van 81.944 euro — een duidelijk nadeel voor wie alleen woont of feitelijk samenwoont.


Vanaf het inkomstenjaar 2028 wordt de BBSZ per persoon berekend, ongeacht de samenlevingsvorm. Het maximumbedrag halveert bovendien tot 365,64 euro per persoon. Voor alleenstaanden en feitelijke samenwoners met een hoger inkomen kan dat een besparing opleveren van maximaal 365,64 euro per jaar.


2. Huwelijksquotiënt: een voordeel dat slinkt


Het huwelijksquotiënt is een fiscaal voordeel dat uitsluitend gehuwden en wettelijk samenwonenden ten goede komt. Het laat toe om tot 30% van het inkomen van de meest verdienende partner fictief toe te wijzen aan de partner met een lager of geen beroepsinkomen. Dat deel wordt zo tegen een lager tarief belast, wat de totale belastingdruk verlaagt.


Dit voordeel wordt nu stapsgewijs afgebouwd. Tegen 2029 wordt het huwelijksquotiënt gehalveerd. Voor 66-plussers geldt een uitdoofscenario over 20 jaar. Bovendien wordt het huwelijksquotiënt niet langer geïndexeerd.


De impact is al voelbaar in het inkomstenjaar 2026: zonder wetswijziging zou het maximum op 13.800 euro liggen, maar dat wordt 12.790 euro voor 66-plussers en 11.780 euro voor alle anderen. Het verlies kan dit jaar al oplopen tot 540 euro.


Belangrijk: in het jaar van het huwelijk of de wettelijke samenwoning blijft het principe van een extra belastingvoordeel voor koppels waarbij één partner weinig of geen bestaansmiddelen heeft, ongewijzigd.


3. Bestaansmiddelen kinderen: gelijke regels voor iedereen


Om fiscaal ten laste te zijn, mogen kinderen slechts beperkte netto-bestaansmiddelen hebben — denk aan inkomsten uit een studentenjob of ontvangen onderhoudsgeld.



Jarenlang gold hier een ongelijkheid: kinderen van gehuwde of wettelijk samenwonende ouders mochten minder verdienen dan kinderen van feitelijke samenwoners of alleenstaanden. Die ongelijkheid is via de wet diverse bepalingen van eind 2024 definitief weggewerkt.


Vanaf het inkomstenjaar 2026 geldt voor alle kinderen ten laste — ongeacht de samenlevingsvorm van hun ouders — een maximumbedrag van 12.300 euro aan bestaansmiddelen.


4. Extra steun voor alleenstaande ouders: voortaan enkel voor wie écht alleen staat


Ouders met kinderen ten laste genieten een toeslag op de belastingvrije som. Alleenstaande ouders — al dan niet in co-ouderschap — kregen daar bovenop nog een extra verhoging, omdat zij geacht worden alleen in te staan voor de opvoedingskosten. Dat voordeel bedraagt momenteel, rekening houdend met de gemeentebelasting, 636 euro voor één kind ten laste en 843 euro voor twee kinderen.


Vandaag kunnen ook feitelijk samenwonende ouders dit voordeel genieten. Maar vanaf het inkomstenjaar 2029 verandert dit: enkel ouders die effectief alleen staan — niet gehuwd, noch wettelijk of feitelijk samenwonend — komen nog in aanmerking. Samenwonen met kinderen, ouders, broers of zussen vormt geen belemmering.


De bestaande extra voordelen voor effectief alleenstaande ouders met een laag inkomen — ingevoerd in 2018 — blijven overigens volledig behouden.


5. Belasting op werkloosheidsuitkering: samenlevingsvorm speelt geen rol meer


Werkloosheidsuitkeringen worden belast tegen de gebruikelijke tarieven, maar worden getemperd door specifieke belastingverminderingen: een basisvermindering, een aanvullende vermindering en een bijkomende vermindering voor wie uitsluitend vervanginkomsten heeft.


Die bijkomende vermindering werd berekend op basis van het gezinsinkomen, wat gehuwden en wettelijk samenwonenden kon benadelen. De hervormingswet schrapt zowel de aanvullende als de bijkomende vermindering. De basisvermindering wordt tegen 2029 afgebouwd.


Concreet: de maximale vermindering van 2.741,95 euro wordt al in het inkomstenjaar 2026 teruggebracht tot 545,51 euro. Een ingrijpende wijziging die iedereen met werkloosheidsuitkeringen treft, ongeacht de samenlevingsvorm.


Wat betekent dit voor u?


Deze hervormingen raken iedereen — werknemers én zelfstandigen, alleenstaanden én koppels. Sommige wijzigingen zijn al van toepassing op het inkomstenjaar 2026, andere worden gefaseerd ingevoerd tot 2029. Het is dan ook het ideale moment om uw fiscale situatie grondig te (laten) evalueren.


Bij TaxCalCul denken wij proactief met u mee. Of u nu een eenmanszaak runt, actief bent als vrij beroeper of uw vennootschap beheert — onze experts in Edegem en Sint-Niklaas staan klaar om uw persoonlijke situatie te analyseren en u het meest voordelige traject voor te stellen.


Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

door TaxCalCul 13 april 2026
De meerwaardebelasting blijft een hot topic in het Belgische fiscale landschap. In eerdere blogposts bespraken we de 10 meest gestelde vragen over de meerwaardebelasting en het cruciale fotomoment op 31 december 2025 . Ondertussen is er heel wat meer duidelijkheid gekomen. Het wetsontwerp werd gepubliceerd op 17 december 2025 en op 27 januari 2026 gaf de minister in de Kamercommissie Financiën al bijkomende toelichting. In dit artikel zetten we de huidige stand van zaken op een rij — inclusief een aantal belangrijke nuances en wijzigingen ten opzichte van wat eerder bekend was.
door TaxCalCul 5 april 2026
Nu vennootschappen steeds minder autokosten mogen aftrekken, stellen veel ondernemers zich de vraag of het slimmer is om met hun privéwagen te rijden en daarvoor een kilometervergoeding aan te rekenen. Een begrijpelijke redenering — maar de realiteit is iets genuanceerder.
door TaxCalCul 30 maart 2026
Als ondernemer denk je bij het laten renderen van je vermogen al snel aan private equity, beleggingsfondsen of beursgenoteerde aandelen. Maar er is een minder bekende — en fiscaal bijzonder aantrekkelijke — piste die zeker het overwegen waard is: rechtstreeks investeren in een jonge, niet-beursgenoteerde Belgische vennootschap via de taxshelter voor starters.
Laad meer berichten